Intelligent maar onzeker? Waarom slimme mensen vaak twijfelen

Het klinkt tegenstrijdig, maar het komt opvallend vaak voor: mensen met een hoge intelligentie en veel kennis twijfelen regelmatig aan zichzelf, terwijl mensen met minder inzicht juist sneller en vaker overtuigd zijn van hun gelijk. Dit verschijnsel staat bekend als het Dunning-Kruger-effect. Het laat zien dat intelligentie niet automatisch leidt tot zelfvertrouwen – en dat zelfvertrouwen niet altijd iets zegt over bekwaamheid of intelligentie.

Het Dunning-Kruger-effect

“Domme mensen denken dat ze slim zijn. Slimme mensen twijfelen aan zichzelf. Hoe minder je weet, hoe zelfverzekerder je bent.”

Wie weinig weet, ziet vooral wat hij al kan. Wie veel weet, ziet juist hoeveel hij nog niet weet. Daardoor zijn slimme mensen vaak voorzichtiger in hun uitspraken en beslissingen, terwijl minder kundige mensen hun eigen niveau vaker overschatten.

Intelligent zijn betekent ook weten wat je niet weet

Intelligente mensen hebben meestal een beter overzicht van de complexiteit van problemen. Ze herkennen onzekerheden, uitzonderingen en risico’s. Dat maakt hen kritischer op zichzelf. Twijfel is in dat geval geen zwakte, maar een vorm van realisme.

Minder kundige mensen missen dit overzicht. Zij hebben simpelweg niet genoeg kennis om te zien waar hun blinde vlekken zitten. Daardoor voelen zij zich zeker, ook wanneer die zekerheid niet terecht is.

Voorbeelden uit het dagelijks leven

De hobby-expert

Iemand koopt een camera en volgt twee online tutorials. Binnen een maand noemt hij zichzelf fotograaf en geeft hij anderen advies. Een professionele fotograaf met jaren ervaring zal juist zeggen dat hij nog steeds leert. De eerste overschat zijn vaardigheden, de tweede kent zijn grenzen.

De verjaardagdiscussie

Op verjaardagen of andere feestjes in gesprekken over verkeer, gezondheid of technologie zie je hetzelfde patroon. Mensen met beperkte kennis spreken in stellige termen (“Het is gewoon zo”), terwijl mensen met kennis van zaken vaak nuanceren en meerdere kanten belichten.

Voorbeelden op de werkvloer

Op de werkvloer zijn het vaak de jonge en beginnende werknemers die leiden aan zelfoverschatting. Een beginnende softwareontwikkelaar denkt bijvoorbeeld na enkele maanden dat hij complexe systemen volledig begrijpt en bestaande code “wel even kan verbeteren”. Hij ziet risico’s zoals beveiliging, schaalbaarheid en onderhoud over het hoofd. Een senior developer is juist voorzichtig met grote uitspraken en wil eerst uitgebreid testen. De junior overschat zichzelf, de expert onderschat zich eerder.

Of een nieuwe docent denkt dat vakkennis voldoende is om goed les te geven. Hij onderschat klassenmanagement en motivatieproblemen. Ervaren docenten zijn bescheidener, maar weten hoe complex het onderwijs is.

Intelligentie is de genoemde voorbeelden een synoniem voor opgedane kennis. Maar er zullen uiteraard genoeg ervaren werknemers zijn die heel stellig zijn waarmee ze hun onwetendheid verbergen.

Voorbeelden uit de politiek

In de politiek is zelfoverschatting bijna een vast onderdeel van het spel. Politici zonder diepgaande dossierkennis doen soms harde uitspraken over complexe onderwerpen zoals klimaat, economie of migratie. Experts en wetenschappers spreken daarentegen voorzichtiger, gebruiken mitsen en maren en geven onzekerheidsmarges aan.

Voor het publiek klinkt de politicus daadkrachtig en slim, terwijl de expert twijfelend overkomt. Toch is het vaak de expert die de situatie beter begrijpt. Andersom treedt hetzelfde mechanisme op. Veel mensen stemmen graag op politici die met simpele oplossingen komen op maatschappelijke of economische problemen die vrijwel altijd complex zijn.

Overigens zijn sommige politici zich bewust van hun beperkte dossierkennis of weten ze zelfs dat ze geen gelijk hebben maar zijn ze vaak stellig uit politiek gewin. Omdat ze weten dat ze daardoor meer aandacht en stemmen krijgen.

Voorbeelden uit media en sociale platforms

Op sociale media zie je het Dunning-Kruger-effect dagelijks terug. Mensen met weinig achtergrondkennis delen stellig hun mening over virologie, geopolitiek of kunstmatige intelligentie. Tegelijkertijd schrijven echte specialisten lange, genuanceerde uitleg waarin ze hun eigen aannames ter discussie stellen. Talkshows versterken dit effect: de meest zelfverzekerde spreker krijgt vaak de meeste spreektijd, niet per se degene met de meeste expertise.

Waarom het belangrijk is om zelfoverschatting te herkennen

Dit verschil tussen intelligentie en zelfvertrouwen heeft gevolgen:

  • slimme mensen onderschatten soms hun eigen waarde;
  • minder kundige mensen nemen disproportioneel vaak het woord;
  • beslissingen kunnen gebaseerd worden op overtuiging in plaats van kennis;
  • echte expertise krijgt niet altijd het podium dat het verdient.

Je kan niet zeggen dat slimme mensen over het algemeen twijfelen en domme mensen het altijd zeker weten. Maar dat dat veel intelligente mensen vaak twijfelen en minder kundige mensen zichzelf overschatten is geen toeval, maar een bekend psychologisch patroon. Juist twijfel blijkt vaak een teken van inzicht. In een wereld waarin zelfverzekerdheid steeds zichtbaarder is, is het belangrijk om te blijven kijken naar kennis, ervaring en onderbouwing – en niet alleen naar wie het hardst roept. Dus vertrouw niet automatisch die persoon die het zeker weet. En wantrouw niet de twijfelaars. Twijfel kan een teken van intelligentie zijn en stelligheid kan een teken van onwetendheid of domheid zijn. Maar het is altijd slim hierin niet te stellig te zijn.

Overigens is domheid niet altijd het tegenovergestelde van intelligentie. Lees meer hierover op Domheid en intelligentie.