IQ testen

Welke IQ testen worden vaak gebruikt?

10 veelvoorkomende IQ testen

Bij de ene IQ test krijg je afbeeldingen te zien en bij een andere IQ test moet je cijferreeksen oplossen. Maar welke IQ testen worden nu vaak gebruikt? Hieronder staan 10 veelvoorkomende IQ testen. Per IQ test krijg je voorbeeldvragen met uitleg.

1. Cijferreeksen

2. Figurenreeksen

3. Analogieën

4. Diagrammen

5. Ruimtelijk inzicht

6. Antoniemen

7. Matrices

8. Redactiesommen

9. Syllogismen

10. Verbale kennis

Cijferreeksen

Bij cijferreeksen draait het om inzicht en rekenvaardigheid. Bij sommige testen moet je rekensommen zonder hulpmiddel (rekenmachine) oplossen. Maar het is gangbaarder dat je cijferreeksen moet oplossen. Je krijgt dan een reeks van getallen te zien en het laatste getal wordt niet getoond. Op basis van de reeks moet je dan bepalen welke van de gegeven antwoorden het juiste is. Hieronder staan drie voorbeelden.

Cijferreeks 1

Oplossing: Antwoord d. Elk getal is de som van de twee voorgaande getallen.

Cijferreeks 2

Oplossing: Antwoord a. 2 is een constante, heeft geen invloed op rekensom. Bij het getal 601 wordt iedere keer 4 opgeteld.

Cijferreeks 3

Oplossing: Antwoord b. Het verschil tussen het eerste getal 7 en tweede getal 10 is 3. Tussen 10 en het volgende getal 19 is 9 (3*3). Daarna is het het verschil 27, tussen 19 en 46 (3*9). To slot is het verschil 81 tussen 127 en 46 (3*27). Dus moet het volgende getal (3 * 81) 243 hoger zijn dan 127 en dat is 370.

 

Figurenreeksen

Bij figurenreeksen draait het puur en alleen om non-verbaal analytisch vermogen. Dat betekent dat je op basis van een reeks van figuren moet voorspellen hoe het volgende figuur eruit komt te zien. Woordkennis of taalvaardigheid zijn bij dit soort reeksen niet van belang. Dit soort reeksen zijn erg populair bij assessments en IQ-tests omdat deze toegankelijker zijn voor mensen die een bepaalde taal niet erg machtig zijn en je toch een indicatie wilt krijgen van iemands analytisch vermogen. Hieronder staan drie voorbeelden van figurenreeksen.

Figurenreeks 1

Oplossing: Antwoord e. In het eerste plaatje staat een driehoek, in het tweede plaatje een vierhoek, etc. In het vierkant met het vraagteken moet dan een figuur met zeven hoeken kommen te staan.

Figurenreeks 2

Oplossing: Antwoord c. Zelfde figurenreeks als hiervoor. Dus van driehoek, naar vierhoek, etc. In het vierkant met het vraagteken moet weer een zevenhoek staan. Alleen is deze bijna ‘gevuld’, niet helemaal. In ieder volgend figuur stijgt de ‘vloeistof’ net zo veel als in de figuur daarvoor. Je moet dus goed kijken en bepalen hoe groot de stijging is in de volgende figuur.

Figurenreeks 3

Oplossing: Antwoord c. Zelfde figurenreeks als hiervoor. Dus van driehoek, naar vierhoek, etc. In het vierkant met het vraagteken moet weer een zevenhoek staan. Het aantal zwarte gaten (zwarte cirkels) neemt bij elke figuur met eentje af. Dus in het vierkant met het vraagteken moet een zevenhoek met twee gaten (zwarte cirkels) staan zonder een gat buiten het object (zoals bij antwoord e.).

 

Analogieën

Analogie betekent letterlijk woordvorming. Bij analogieën gaat het erom dat je de relatie ontdekt tussen de woorden. Met een analogieëntest wordt een beetje je woordenschat maar vooral je analytisch vermogen getest. Hieronder staan drie voorbeelden.

Analogie 1: ….. staat tot vogel als zwemmen staat tot ……

  1. vliegtuig – vrachtwagen
  2. vliegen – haaien
  3. veren – boot
  4. meeuw – slang
  5. vliegen – vis

Antwoord e. Vliegen als een vogel, zwemmen als een vis.

Analogie 2: ….. staat tot dief als collectant staat tot ……

  1. verval – behoud
  2. hechtenis – vrijheid
  3. oneerlijk – eerlijk
  4. vrij – onvrij
  5. onaardig – aardig

Oplossing: Antwoord c. Dief steelt oneerlijk, een collectant vraagt eerlijk om geld.

Analogie 3: ….. staat tot geur als lawaai staat tot ……

  1. stank – geluid
  2. proeven – gehoor
  3. fijn – onplezierig
  4. hond – meeuw
  5. dieren – machines

Oplossing: Antwoord a. Geur kan plezierig zijn maar stank is dat niet. Onplezierig geluid is vaak lawaai.

 

Diagrammen

Bij diagrammen worden verbanden tussen woorden door middel van een figuur uitgebeeld. Bij een IQ test zijn dit meestal cirkels. Er worden drie of vier woorden genoemd. Je moet dan de figuur kiezen met de cirkels die het verband tussen deze drie of vier woorden juist weergeeft. Een diagrammentest meet je verbale kennis en je analytisch vermogen. Hieronder staan drie voorbeelden van diagrammen.

Diagram 1: Dieren – Vogels – Meeuwen

Oplossing: Antwoord b. Meeuwen zijn vogels en vogels zijn dieren.

Diagram 2: Frankrijk – Europa – Azië

Oplossing: Antwoord a. Frankrijk is een land in Europa. Azië is een ander werelddeel.

Diagram 3: Insecten – Mug – Vlinder

Oplossing: Antwoord c. Zowel een mug als een vlinder zijn een insect. Maar beide insecten hebben verder niets met elkaar te maken.

 

Ruimtelijk inzicht

Bij een IQ test met ruimtelijk inzicht vragen wordt getest of je in staat bent om driedimensionaal te denken. Je ziet bijvoorbeeld een opengevouwen kubus. Welke van de getoonde kubussen kan je maken van de opengevouwen kubus? Het is bij dit soort opdrachten raadzaam om eerst de opties weg te strepen die sowieso niet kunnen. Vervolgens onderzoek je de overgebleven antwoorden.

Kubus 1

Oplossing: Antwoord a. De 4 pijlen die bij elkaar komen, bevinden zich aan de achterkant van het kruis en zijn door middel van lijnen met elkaar verbonden.

Kubus 2

Oplossing: Antwoord c. Het ene hartje bevindt zich aan de achterkant van het andere hart. De zwarte balken (als je deze doortrekt) raken de zijkant van een hartje, niet de bovenkant.

Kubus 3

Oplossing: Antwoord d. De zwarte stip bevindt zich tegenover de doorzichtige stip. De witte pijlen wijzen naar de zwarte stip.

 

Antoniemen

Een antoniem is een woord met de tegenovergestelde betekenis. Bij antoniemen gaat het om woordenkennis maar ook om een stukje logica. Ook al ken je niet de exacte betekenis van een woord. Wellicht staan er bij de antwoorden woorden waarvan je wel de exacte betekenis weet en daarmee ook weet wat het antoniem van dit woord is. Op deze manier kan je mogelijke antwoorden wegstrepen en vergroot je de kans op een goed antwoord. Hieronder staan drie voorbeelden van antoniemen.

Antoniem 1: Wat is het antoniem van expert?

  1. leek
  2. dom
  3. oneerlijk
  4. aardig
  5. lui

Oplossing: Antwoord a. Een leek is iemand die weinig afweet van een bepaald vakgebied. Een expert weet juist heel veel van een bepaald onderwerp. Dus een expert kan op andere gebieden dom zijn. Er bestaan oneerlijk experts, er zijn aardige en onaardige experts en er bestaan ook luie experts.

Antoniem 2: Wat is het antoniem van summier?

  1. sterk
  2. groot
  3. uitvoerig
  4. lang
  5. saai

Oplossing: Antwoord c. Summier is kort en bondig, dus zo beperkt mogelijk. Uitvoerig is het tegenovergesteld en betekent ook wel veelomvattend of grondig. En een veelomvattend verhaal is niet altijd saai of lang. Groot en sterk hebben betrekking op andere zaken.

Antoniem 3: Wat is het antoniem van coulant?

  1. bevooroordeeld
  2. berekenend
  3. slim
  4. laf
  5. streng

Oplossing: Antwoord e. Coulant is een politieagent die je voor een kleine overtreding geen boete geeft terwijl hij of zij dat wel had kunnen doen. Een strenge politieagent had dat wel gedaan. De redenen voor coulant optreden kunnen erg verschillen.

 

Matrices

Matrices zijn eigenlijk figurenreeksen, maar dan in een vierkant met negen vakken. In een vakje, meestal rechtsonder, staat een vraagteken. Welke afbeelding moet hier komen te staan? Net als bij figurenreeksen hoef je voor dit soort IQ vragen een bepaalde taal goed te kennen. Wat als voordeel heeft dat je mensen met een verschillende achtergrond qua cultuur en kennis van een taal met elkaar kunt vergelijken. Hieronder staan 3 voorbeelden van matrices.

Matrix 1

Oplossing: Antwoord b. De negen afbeeldingen vormen samen een symmetrisch plaatje.

Matrix 2

Oplossing: Antwoord c. In de onderste rij ontbreekt nog de pijl. De pijl is het enige symbool dat draait. In het vakje met het vraagteken moet deze naar boven wijzen. Daarnaast is er een verticale lijn die bij iedere regel een vakje naar rechts gaat en in het betreffende vakje een stukje naar rechts opschuift.

Matrix 3

Oplossing: Antwoord a. Per rij komt elk symbool een keer voor. In de onderste rij ontbreekt nog de wolk. In de eerste rij heeft het eerste symbool geen vulling, in de tweede rij het tweede symbool en in de derde rij het derde symbool. Tot slot is in elke rij het derde symbool een kwartslag naar rechts gedraaid.

 

Redactiesommen

Bij redactiesommen krijg je een stuk tekst die je moet gebruiken om rekenkundige vragen te beantwoorden. Hieronder staan drie voorbeelden van redactiesommen.

Redactiesom 1: Wat is het gezamenlijk jaarinkomen van Jan en zijn vrouw?

Het modale inkomen bedraagt in Nederland 30.000 euro per jaar. Jan en zijn vrouw verdienen beide twee keer modaal.

  1. 60.000 euro
  2. 90.000 euro
  3. 120.000 euro
  4. 150.000 euro

Oplossing: Antwoord c. Jan en zijn vrouw verdienen beide twee keer modaal. Dat is 60.000 euro per persoon per jaar. Samen verdienen ze dus 120.000 euro per jaar.

Redactiesom 2: Hoeveel emmers water zijn er nodig om het bad te vullen?

Jan wil zijn hond in de tuin wassen en heeft daar een grote teil neergezet. Om deze teil te vullen heeft hij 65 liter water nodig. Hij gaat de teil vullen met een emmer waarin 7,5 liter kan. Hij schat in dat ongeveer een derde van het water uit de emmer zal klotsen als hij heen en weer loopt om het bad te vullen.

  1. 10
  2. 11
  3. 12
  4. 13

Oplossing: Antwoord d. In een emmer gaat 7,5 liter water. Een derde van 7,5 liter is 2,5 liter. Dus per emmer houdt Jan 5 liter over. Dan heeft hij 13 * 5 emmers nodig voor 65 liter water.

Redactiesom 3: Wat is de opbrengt van het weiland met mais voor boer Jan?

Boer Jan heet een weiland met een omtrek van 300 meter. De lengte is tweemaal de breedte. Op het weiland verbouwt hij mais. De opbrengst is 1,5 euro per vierkante meter.

  1. 3000 euro
  2. 6750 euro
  3. 7500 euro
  4. 67500 euro

Oplossing: Antwoord c. De omtrek is 300 meter. Dus lengte plus breedte is de helft, is 150 meter. Omdat de lengte tweemaal de breedte is, is dat dus 100 bij 50 meter. Dat is 5000 vierkante meter. Dat is 1,5 euro * 5000 vierkante meter is 7500 euro opbrengst.

 

Syllogismen

Syllogismen worden veel in IQ testen en bij assessments gebruikt. Bij een syllogisme gaat het erom dat je op basis van de verstrekte informatie de juiste conclusies trekt. Het lastige bij syllogismen is dat je alleen op basis van die verstrekte informatie moet redeneren en eigen kennis moet weglaten. Stellingen kunnen je behoorlijk op het verkeerde been zetten. Bij het maken van syllogismen is het raadzaam om met cirkels te werken. Hieronder staan twee syllogismen en is het juiste antwoord d.m.v. cirkels uitgelegd.

Syllogisme 1

  • Vrouwen rijden niet in rode auto’s
  • Alle macho’s hebben rode auto’s.
  1. Sommige vrouwen zijn macho
  2. Er zijn vrouwen die in een zwarte auto rijden
  3. Alle vrouwen zijn geen macho
  4. Geen van bovenstaande conclusies in logisch onvermijdelijk

Oplossing: Antwoord c.

Syllogisme 2

  • Alle miljonairs zijn arm
  • Sommige miljonairs zijn gelukkig
  1. alle arme mensen zijn rijk
  2. alle miljonairs zijn gelukkig
  3. sommige armen zijn gelukkig
  4. geen enkele arme is gelukkig

Oplossing: Antwoord c.

Verbale kennis

Sommige IQ testen hebben ook onderdelen waarmee iemands taalvaardigheid wordt gemeten. Dit wordt ook wel verbale kennis genoemd. Naast de al besproken antoniemen moet je dan denken aan IQ testen waarbij je woordenschat wordt gemeten of waarbij je moet aangeven welk woord verkeerd gespeld is. Woordenschattesten worden vaak ook synoniemen testen genoemd en testen waarbij je spelfouten moet ontdekken worden vaak woordbeeld testen genoemd. Van beide staan hieronder twee voorbeelden. Als je niet meteen ziet wat het juiste antwoord is, kan je het beste de antwoorden wegstrepen die volgens jou sowieso niet mogelijk zijn. Waardoor je minder opties overhoudt om uit te kiezen wat de kans op het juiste antwoord vergroot.

Synoniemen

Welk woord heeft dezelfde betekenis als efficiënt?

  1. probaat
  2. proces georiënteerd
  3. doelgericht
  4. gelukkig

Oplossing: Antwoord a.

Welk woord heeft dezelfde betekenis als hiaat?

  1. leegte
  2. gebed
  3. straf
  4. gedichtvorm

Oplossing: Antwoord a.

Woordbeelden

Welk woord is verkeerd gespeld?

  1. onmidelllijk
  2. broccoli
  3. zonnebank
  4. elektricien

Oplossing: Antwoord a. Onmiddellijk schrijf je met dubbel ‘d’ en dubbel ‘l’.

Welk woord is verkeerd gespeld?

  1. koninklijk
  2. huwelijk
  3. notoir
  4. pannekoek

Oplossing: Antwoord d. Het is pannenkoek. Dus met een ‘n’ tussen ‘panne’ en ‘koek’.

 

Generieke IQ testen

Naast de 10 vaak gebruikte IQ testen zijn er ook zogenaamde generieke of algemene IQ testen die bestaan uit verschillende onderdelen. Een IQ test bestaat dan bijvoorbeeld uit 10 syllogismen, 10 cijferreeksen en 10 figurenreeksen. De ene IQ test is dus niet de andere IQ test. Ze kunnen enorm variëren qua lengte, de vraagtypen (soort vragen) en groep waarmee je wordt vergeleken. Dit laatste wordt wel de populatie of groep genoemd. Wil je meer weten over de betekenis van een IQ score en wat een IQ score zegt? Ga dan naar het artikel Wat Is De Betekenis Van Een IQ-Score Op Een IQ Test?