domheid en intelligentie

Domheid is niet het tegenovergestelde van intelligentie

Wat is domheid? Is domheid hetzelfde als onwetendheid of een gebrek aan intelligentie? Nee, want als je niet weet wat de gevolgen zijn van je handelen, kan jou moeilijk domheid verweten worden. Domheid is eigenlijk iets doen terwijl je kan weten dat de gevolgen slecht zullen zijn. Volgens auteur Matthijs van Boxsel, auteur van het boek ‘Encyclopedie Van De Domheid’, is domheid hetzelfde als zelfdestructief handelen. Je handelt tegen beter weten in. Zoals roken. Je weet dat het slecht voor je is en toch doe je het. Domheid heeft dus niets te maken met kennis of intelligentie. Domheid is volgens hem een blinde drang tot zelfdestructie.

Je kan het ook omdraaien. Domheid dwingt je om je intelligentie te ontwikkelen. Het spreekwoord “Een ezel stoot zich geen tweemaal aan dezelfde steen” illustreert dit heel mooi. Dit spreekwoord geeft aan dat men over het algemeen geen twee keer dezelfde fout zal maken. Anders ben je wel een beetje dom. Dus wil je niet slachtoffer worden van je eigen domheid, dan dien je iedere keer te bedenken hoe je iets beter of anders aanpakt. Om te voorkomen dat je jezelf niet nog een keer aan diezelfde spreekwoordelijke steen stoot.

 

Intelligente mensen kunnen heel dom zijn

Dat domheid niet samenhangt met intelligentie blijkt wel uit het feit dat er genoeg slimme mensen zijn die roken of ongezond eten. En ook slimme mensen doen mee aan de Staatsloterij.

Voorbeelden van dom gedrag:

  • Roken
  • Ongezond eten
  • Overmatig zonnen
  • Afsluiten van dure leningen
  • Meedoen aan loterijen

Waarom is deelname aan een loterij als de Staatsloterij dom te noemen? Sommige mensen noemen het deelnemen aan een kansspel een belasting op domheid. Want de kans dat je wint is zo klein dat het eigenlijk een vorm van zelfbedrog is. Er worden met oud en nieuw ongeveer 6 miljoen staatsloten verkocht. Dat maakte de kans op het winnen van de jackpot 1 op 6 miljoen. Dat is 0,00000017. Een voorbeeld laat zien hoe klein die kans is. Stel, je krijgt de eerste vier nummers van het nummer van de minister-president. Bijvoorbeeld 06-34….. De overige 6 nummers moet je zelf gokken. De kans dat je de minister-president dan meteen aan de lijn krijgt is 6 keer groter dan dat je de Staatsloterij wint.

 

Armoede leidt vaker tot onnadenkend gedrag

Is er dan geen verband tussen intelligentie en domheid? Nee, maar er is wel een verband tussen armoede en zelfdestructief gedrag. Uit onderzoek naar loterijen blijkt dat mensen met een laag inkomen een groter deel van hun inkomsten besteden aan loterijen. En ze geven in absolute getallen ook meer geld uit aan loterijen dan mensen met een hoger inkomen. Armoede leidt dus vaker tot onnadenkend gedrag.

Armoede blijkt volgens de psycholoog Eldar Shafir en gedragseconoom Sendhil Mullainathan een gijzelend karakter te hebben. Niemand wil arm blijven. Maar toch vertonen juíst mensen met heel weinig geld gedrag dat hen arm houdt. Gemiddeld plannen ze financieel minder ver vooruit, sluiten ze vaker dure leningen af en doen ze dus vaker mee met de loterij. Dit armoede-in-stand-houdende gedrag komt volgens onderzoekers door het grote beroep dat armoede doet op je hersencapaciteit. Want wat blijkt. Als je minder geldzorgen hebt, ga je automatisch minder onhandige of impulsieve beslissingen maken. De onderzoekers beweren dat iederéén minder handig met geld zal omgaan, als ze eenmaal in een situatie van armoede geplaatst zijn. Dus ook intelligentie mensen zullen, als ze arm zijn, dommere beslissingen maken. Geld verhoogt je IQ en geldzorgen verlagen je IQ.

Armoede en onhandige beslissingen maken, kan dus leiden tot een vicieuze cirkel. Eenmaal arm, geef je bijvoorbeeld meer geld uit aan loterijen, waardoor je nog armer wordt. Om hieruit te komen, moet je er dus voor zorgen dat je minder arm wordt en geen geld meer uitgeeft aan zaken die je armer maken. Dat armoede zo bepalend kan zijn voor de kansen van mensen blijkt ook uit het feit dat kinderen van arme ouders het gemiddeld genomen een stuk slechter doen op school. Het tegenovergestelde geldt ook. Als bevolkingsgroepen minder arm zijn, nemen de schoolprestaties van hun kinderen automatisch toe. Ongeacht de culturele achtergrond en andere kenmerken van bevolkingsgroepen. Zie ook Staat je IQ al bij je geboorte vast?